vrijdag 2 oktober 2026

Promotie: Dansen op toekomstmuziek


Op vrijdag 2 oktober mocht ik in de prachtige Janskerk te Utrecht mijn proefschrift verdedigen, over een hoopvolle ecologische spiritualiteit en een herijking van het christelijke heilsverhaal.

We leven in tijden van ecologische crisis. Het besef begint door te dringen dat al het leven op aarde nauw verweven is en dat ook het menselijke bestaan nu wordt bedreigd - door ons eigen toedoen. We moeten onze economische systemen veranderen, maar dat is niet genoeg. Die systemen komen immers voort uit hoe we de aarde zien en hoe we onszelf zien. We zullen dus moeten leren om anders te kijken.

Wat ik voorstel in mijn onderzoek, is een spirituele ecologie. Alles wat leeft en bestaat is nauw verweven in een web van wederkerige relaties, zoals Deep Ecology zegt, maar we mogen nog dieper kijken: deze symbiotische werkelijkheid heeft een diepere, spirituele dimensie. In navolging van de oosters-orthodoxe traditie zeg ik: alles bestaat in God en God is in alles. Alles is doortrokken van Gods Geest - ieder schepsel, elk ecosysteem.

Noem het een Deeper Ecology.

In de komende jaren hoop ik verder te gaan met een aantal van mijn vervolgvragen - met name de vraag naar een spiritualiteit van herinheemsen en herwilderen. De komende maanden maar eens kijken of er organisaties en onderwijsinstellingen zijn die dit mogelijk willen maken.

Lees hier de volledige tekst van mijn lekenpraatje.


 

Inleiding: Ecologische heroriëntatie

We leven in tijden van ecologische crisis. Of beter gezegd: een kluwen aan crises, waaronder klimaatverandering, de vernietiging van biodiversiteit en ernstige vervuiling van bodem en water.

Het besef begint door te dringen dat al het leven op aarde nauw verweven is en dat ook het menselijke bestaan nu wordt bedreigd – door ons eigen toedoen. We moeten onze economische systemen veranderen, maar dat is niet genoeg. Die systemen komen immers voort uit hoe wij de aarde zien, en hoe we onszelf zien. We zullen dus moeten leren om anders te kijken.

De kern is misschien wel dat we uit verbinding zijn geraakt – met de natuur, maar ook met onszelf en met elkaar, en met God.

Te midden van dat onverbonden leven, verlangen steeds meer mensen naar een leven dat geworteld is. En juist in de natuur ervaren mensen dan soms iets van een betekenisvolle samenhang, van heiligheid. Inspiratie wordt vaak gezocht en gevonden in oosterse en neopaganistische spiritualiteiten.

Het is niet verwonderlijk dat het christelijke geloof vaak buiten beeld blijft. Het christendom wordt eerder gezien als deel van het probleem, dan van de oplossing. Het zou God immers ver buiten en boven de schepping plaatsen, en ook de mens zou buiten en boven de natuur staan, en over de natuur moeten heersen. Het christelijke heilsverhaal zou gaan over het redden van menselijke zielen, terwijl de aarde niet meer is dan het tijdelijke decor van het heilsdrama.

En als mensen iets spiritueels ervaren in de natuur, dan kunnen we daar in de kerk meestal niet zoveel mee – we vinden het al snel new agerig.

Kortom, als we willen dat het christelijke heilsverhaal resoneert in onze tijd, dan hebben we een herijking van het heilsverhaal nodig: een ecologische heroriëntatie. Kunnen we de schepping weer gaan ervaren als vindplaats van God? Kan het christelijke heilsverhaal ons helpen om meer geworteld te leven?

Dat is wat ik verken in mijn onderzoek.

 

Pneumatologie en perichorese

Ik doe dat vanuit de pneumatologie: de leer van de heilige Geest. Omdat ons ervaren van God altijd een ervaring van de Geest is.

En ik gebruik daarbij een begrip uit de oosters-orthodoxe traditie: perichorese. Omdat dit een begrip is dat gaat over relatie en verbinding. Perichorese betekent zoiets als: rondom elkaar bewegen in een voortdurende beweging van jezelf geven en de ander ontvangen.

Ik gebruik het als een sleutelmetafoor: geen theologisch model, maar wel een lens om door te kijken.

In de achtste eeuw werd dit begrip gebruikt om uit te leggen hoe God drie personen is en toch één. Mijn vraag is: kunnen we de metafoor van de perichorese óók gebruiken om het heilsverhaal op een nieuwe manier te begrijpen?

 

Deeper Ecology

Laat ik beginnen met Gods aanwezigheid in de schepping, want dat is leidend in mijn onderzoek.

In de natuurfilosofie wordt tegenwoordig gesproken over Deep Ecology. Vroeger waren we geneigd om de natuur te zien als iets buiten ons: ons milieu, onze leefomgeving. Dat is een oppervlakkige manier van kijken. Wie dieper kijkt, ontdekt dat alles op aarde deel uitmaakt van een web van relaties, inclusief de mens.

In mijn onderzoek kijk ik onder meer naar oosters-orthodoxe theologie, en dat doe ik via Elizabeth Theokritoff. Zij zegt: Deep Ecology is still too shallow. Het gaat nog niet diep genoeg.

Wat we mogen gaan ontdekken – en dat is een belangrijk inzicht in mijn onderzoek – is dat we in een spirituele ecologie leven. Alles wat leeft en bestaat, is inderdaad verweven in wederkerige relaties. Maar deze symbiotische werkelijkheid heeft ook een diepere, spirituele dimensie.

Oosters-orthodoxe theologen zeggen: alles bestaat in God, en God is in alles. Daarom is de schepping heilig. Onze omgang met de aarde, en met alle schepselen, vraagt dus een heilig respect.

Mijn onderzoek laat zien dat de metafoor van de perichorese helpt om dit preciezer te begrijpen. Zo maakt het duidelijk dat Schepper en schepping niet samenvallen, maar dat er wel sprake is van een wederkerige relatie; en dat God en de schepping met elkaar meebewegen, maar dat God hierin het initiatief en de leiding heeft.

Vanuit het beeld van de perichorese kunnen we ook zeggen: de Geest gaat uit van de gemeenschap van de Vader, de Zoon en de Geest, en ze doortrekt de schepping als Gods aanwezigheid en werkzaamheid.

Je zou mijn voorstel een Deeper Ecology kunnen noemen.

 

Heil als heelheid

Dat klinkt misschien erg harmonieus – God en de schepping die in de Geest met elkaar meebewegen. Terwijl het duidelijk is dat de werkelijkheid geen blijde reidans is. De schepping zucht en lijdt, zoals Paulus zegt in Romeinen 8. Ze is in de greep van het kwaad. We leven in een wereld vol geweld en onrecht.

En zo komen we bij de tweede punt in mijn onderzoek: het heil van God. In hoofdstuk 4 en 5 kijk ik hoe hierover in verschillende theologische tradities werd gedacht, ik kijk naar de woorden en beelden die in de Bijbel worden gebruikt om het heil van God te beschrijven, ik kijk naar inzichten vanuit ecotheologie, en ik kijk ook kort naar de ecologische wetenschap van rewilding. Wanneer is de schepping eigenlijk “heel”?

Kort samengevat: in mijn onderzoek laat ik zien dat het heil van God het beste kan worden begrepen als shalom, waarbij shalom een holistisch begrip is. Het duidt op een werkelijkheid waarin alles in de schepping doet wat het moet doen, en waarin een gezonde balans bestaat tussen alles wat leeft en bestaat. Paus Franciscus noemde dat een “integrale ecologie”.

Bovenal is het heil niet antropocentrisch (gericht op de mens) of ecocentrisch (gericht op de natuur) maar theocentrisch: de hele schepping is pas werkelijk “heel” als ze tot vervulling komt in God.

In het boek Openbaring zien we dat de hemel neerdaalt op de aarde en God komt wonen in zijn schepping. Paulus zegt in 1 Korintiërs 15: God zal alles in allen zijn. Dan is er volkomen shalom.

De pentecostale theoloog Frank Macchia, die ook een belangrijke rol speelt in mijn onderzoek, zegt het zo: de hele schepping zal gedoopt worden in de Geest.

 

Perichoretisch leven

In hoofdstuk 6, ten slotte, kijk ik naar de rol van mensen in het heilsverhaal.

Omdat het lijden van de schepping samenhangt met de zonde van mensen (wij zijn het die de harmonie en samenhang van de schepping om zeep helpen!), zijn het kruis en de opstanding van Jezus Christus ook in een trinitarisch-pneumatologisch heilsverhaal cruciaal. Maar als het heil van God betekent dat de hele schepping gedoopt zal zijn in de Geest, dan is Pinksteren geen nabrander bij de missie van Jezus. Dan is Pinksteren juist het doel ervan: het Geestvervulde leven van Jezus wordt geopend naar de hele schepping.

Ik ga dan onder meer in op Jezus als de laatste Adam, de nieuwe mens die laat zien wat het betekent om werkelijk mens te zijn. We zien dan twee dingen:

  •        Het heil van God tilt ons niet weg uit de schepping, maar maakt ons voluit schepsel. We komen voort uit de aarde en onze bestemming is op aarde. We zijn adamah, aarde. We zijn schepsel onder de schepselen, en in de ecologische samenhang van de schepping hebben ook wij onze rol te vervullen, opdat er shalom zal zijn.
  •         We leven op de adem van God en zijn bedoeld om als Geestvervulde mensen perichoretisch te leven – niet op onszelf gericht, maar gericht op God én op de schepping waartoe we behoren, in liefdevolle toewijding.

Op de triniteitsicoon Scheppingsdans, die op de voorzijde van mijn proefschrift staat, danst de Drie-ene God te midden van de schepping en zegent haar. De Geest kijkt ons aan, en ze steekt haar hand uitnodigend uit.

De Geest zegt “Hoor je de muziek van Gods toekomst? Kom, dans mee.”

Dank u wel.



Dank aan mijn beide paranimfen die me terzijde stonden, Revd. Grant Crowe, mijn anglicaanse priester, en zuster Beatrijs Veldhuizen o.c.s.o. (Abdij Koningsoord).
Dank ook aan mijn promotors, Hans Burger en Peter-Ben Smit, voor jullie voortreffelijke begeleiding de afgelopen drie jaar.
En aan mijn opponenten, Gijsbert van den Brink, Eva van Urk, Miranda Klaver, David Onnekink en Harmen U. de Vries, en George Harinck, rector magnificus van de Theologische Universiteit Utrecht.

'Dansen op toekomstmuziek. Verkenning van een hoopvolle ecologische spiritualiteit' is verkrijgbaar bij de boekhandel (Utrecht: KokBoekencentrum, 2026).















Foto's: Esther Mertens

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.