Ik had een Grote Beslissing te nemen waar ik niet uit kwam (wel of geen relatie aangaan) en dus trok ik de wildernis in. Het was al laat, maar ik had nog net de laatste trein richting grens. Kort na middernacht liftte ik Duitsland in, totdat ik bij een uitgestrekt woud kwam. Het regende zachtjes, het woud stond stil in de nacht en geurde herfstig, en bij het licht van de maan volgde ik een wildspoor dieper het woud in. Ik weet niet hoe laat het was toen ik mijn zeiltje spande en in mijn slaapzak kroop. Toen ik bij het eerste ochtendlicht mijn ogen opende, werd ik aandachtig bekeken door een egel, nog geen halve meter van mijn gezicht. Iets verderop struinde een ree.
Pas toen ik afgelopen kerstvakantie Smokehole: Looking to the Wild in the Time of the Spyglass las,
mijn kennismaking met Martin Shaw, realiseerde ik me dat ik dit mijn hele leven
heb gedaan: de wildernis intrekken als ik antwoorden nodig heb. Als kind liep
ik de weilanden en bossen achter onze boerderij in, later werden het wildere
gebieden en soms langere voettochten, en ook de dissertatie waaraan ik nu werk
wordt niet geschreven achter mijn schrijftafel in de boshut maar tijdens dwaaltochten
over de Loenermark. Het is niet alleen het lopen en het buiten zijn. Er schuilt
wijsheid in de bossen.
Verhalen rond het vuur
Martin Shaw neemt mensen mee diep de bossen in en vertelt
oude mythen rond het vuur – “I am a teacher of old stories and a guide into
deep places”. Hij doceert aan de universiteit over mythologie en wordt officieel
wildernisgids genoemd, maar hij is meer een druïde of wizard. Zo ziet hij er
ook uit, met zijn woeste baard, mantel en breedgerande hoed. De “deep places” zijn
de diepten in jezelf en de diepe wijsheid van het woud. We zijn op drift
geraakt, zegt hij in Smokehole: als westerse mensen zijn we ontworteld
en uit verbinding geraakt met ons verleden, met onze voorouders, met het land
waarop we wonen, met elkaar, met onszelf, en met dat wat ons richting en
houvast wil geven. We worden beheerst door technologie, sociale media en het
paradigma van economische groei. We leven in netwerken in plaats van
gemeenschappen. Dat de wereld uiteenvalt, is omdat we innerlijk uiteen zijn
gevallen – de ecologische, sociale en politieke crisis, is een spirituele
crisis: “The mess out there, is because of the mess in here.”
De gebedsmat en het rookgat
wortels van je leven, je voorgeslacht en je eigen verhaal. “When you forget what you kneel upon, you are far more easily influenced by energies that may not wish you well.”
En kijk dan omhoog, door het rookgat van je hut. Door het
rookgat ben je in verbinding met het hogere, het tijdloze. Transcendentie, zo
je wilt. We hebben beide nodig om te rijpen als mens, om volwassen te leven: gegrond
zijn in het tijdgebonden bestaan en in verbinding met het tijdloze, met dat wat
heilig is.
Shaw vertelt mythen die richting geven. Dat doet hij ook in
dit boek: drie vertellingen, die hij je gaandeweg ook leert te duiden, te “lezen”
vanuit je eigen leven. Wat we nodig hebben, zegt hij, zijn geen “twaalf stappen
naar vervulling” of voorgeschreven lessen, maar verhalen die verteld worden rond
het vuur, verhalen die levenswijsheid bevatten.
Gedoopt in de Dart
Shaw heeft de gave van verwondering. Een paar jaar geleden,
na honderd dagen rituele vertellingen in het woud, maakte hij zelf zijn grootste
verwondering mee: hij realiseerde zich dat hij christen was geworden. Hij is
gedoopt in het ijskoude water van een rivier in de Engelse wildernis en vond
een plek in een oosters-orthodoxe kerk.
Smokehole is vertaald door de Rotterdams dichter (en
mijn goede vriend) Menno van der Beek, en deze week verschenen: Rookgat.
Absolute aanrader. Vorige week verscheen in het Engels ook zijn nieuwe boek, Liturgies
of the Wild. Ben er volop in bezig.
O ja, de Grote Beslissing die ik 34 jaar geleden moest
nemen? Mijn lief en ik, inmiddels zijn we ruim 30 jaar getrouwd.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.