donderdag 12 februari 2026

Uit het scriptorium: De wijsheid van oude mythen en het woud

 

Ik had een Grote Beslissing te nemen waar ik niet uit kwam (wel of geen relatie aangaan), en dus trok ik de wildernis is. Het was al laat, maar ik had nog net de laatste trein richting grens. Kort na middernacht liftte ik Duitsland in, totdat ik bij een uitgestrekt woud kwam. Het regende zachtjes, het woud stond stil in de nacht en geurde herfstig, en bij het licht van de maan volgde ik een wildspoor dieper het woud in. Ik weet niet hoe laat het was toen ik mijn zeiltje spande en in mijn slaapzak kroop. Toen ik bij het eerste ochtendlicht mijn ogen opende, werd ik aandachtig bekeken door een egel, nog geen halve meter van mijn gezicht. Iets verderop struinde een ree. 

Mijn beslissing was genomen. Ik liep het bos uit, liftte terug naar mijn stad en mijn studentenflat en was thuis voordat mijn huisgenoten me hadden gemist.

 

‘Je moet door de wereld en dat is vaak geen aangename plek’: Cees Nooteboom over de tragiek van de menselijke soort

 

Cees Nooteboom drukte me de Duitse vertaling van 'Philip en de anderen' (1955) in handen. De liftende hoofdpersoon lag inmiddels ver achter hem, maar ik was even oud als Nooteboom toen hij het schreef, en even oud als Philip, 21 jaar, en een lifter en beginnend schrijver bovendien. En hij was ingenomen met de Duitse titel: 'Das Paradies ist nebenan'.

In december 1992 interviewde ik Cees Nooteboom voor het literair-culturele tijdschrift Icarus, naar aanleiding van het verschijnen van de Duitse editie van zijn debuutroman Philip en de anderen (1955).

Ik heb het opgediept uit de archieven - als eerbetoon aan Nooteboom, die gisteren op 92-jarige leeftijd overleed.

Eronder volgt een latere bespreking van de roman Allerzielen: Een mens mag toch niet zomaar verdwijnen?