Op uitnodiging van hoofdredacteur Felix de Fijter schreef ik een essay over de nieuwe triniteitsicoon Scheppingsdans voor het zomernummer van De Nieuwe Koers.
Steeds meer mensen lijken te beseffen dat de ecologische
crisis waarin we bevinden, ten diepste een spirituele crisis is. Het gaat niet
alleen om onze industrie die te veel vervuilt of om energieslurpende
datacenters, we zijn uit verbinding geraakt met de natuur, met elkaar, met
onszelf, en hebben ons besef van het heilige verloren. En daarvan kan technologie
ons niet redden. Er is een ecologische bekering nodig, zei paus Franciscus tien
jaar geleden al in zijn encycliek Laudato Si’. Mensen staan niet buiten
of boven de schepping, maar samen met alle schepselen vormen we één gemeenschap
waarin alles verweven is en samenhangt. Sterker nog: God is hierin aanwezig.
Aan ons de taak om te ontdekken hoe.
Mijn promotieonderzoek gaat over die vraag. Hoe kunnen we
het christelijke heilsverhaal op een nieuwe manier vertellen, zodat het die
samenhang van de hele schepping omvat? En hoe kan dit verhaal helpen om de
schepping weer te ervaren als een plaats waar God zich laat vinden?
Gaandeweg mijn onderzoek drong zich de gedachte op dat theologie
misschien wel de minst geschikte taal is om iets te communiceren over God. Laat
de theologen zwijgen en de dieren spreken, laat de bomen fluisteren en de
rivieren zingen, laat de dansers dansen, en de dichters dichten. En laten wij
dan luisteren, kijken, voelen, proeven, ruiken en meebewegen. Met ons hele
lichaam, alle zintuigen en onze spirituele intuïtie. Laten we aandachtig kijken
en opmerkzaam zijn – en aanbidden.
Wat mij daar de afgelopen twintig jaar steeds meer bij helpt,
zijn iconen. Die verstilde schilderingen op een houten plank, diepgeworteld in
de vroege Byzantijns-christelijke traditie. En zo kwam het dat ik op een dag op
mijn motor naar Abdij Koningsoord reed om zuster Beatrijs te ontmoeten, die
daar haar iconenatelier heeft. Samen bespraken we hoe mooi het zou zijn als ons
gebedsleven - in binnenkamers, kerken, kapellen en kloosters - zou volstromen
met het besef dat Gods liefde uitgaat naar de hele schepping. Zou een nieuwe icoon
daarbij kunnen helpen?
Ik had een schets meegenomen van mijn beeld daarbij. In mijn
onderzoek grijp ik terug op een begrip uit de vroegchristelijke en oosterse
traditie, de perichorese - de “dans van God”, zoals dichters en mystici
het vaak hebben vertaald. Vader, Zoon en Geest zijn één in hun voortdurende beweging
van zichzelf-gevende liefde. Zuster Beatrijs is daarmee aan de slag gegaan,
biddend, studerend, schetsend en uiteindelijk schilderend, laagje voor laagje in
de Byzantijnse prosopon-stijl. Dit voorjaar legde ze de laatste hand en
in september wordt de icoon gewijd (zie kader).
Bidden met iconen
Iconen kunnen helpen om ons gebedsleven te richten en onze
spiritualiteit te vormen. In de oosters-orthodoxe en oosters-katholieke
tradities is het bidden met iconen is al sinds de 6e eeuw een beproefde
geestelijke oefening. Bij ons in West-Europa heeft de heilige Benedictus de
toon gezet voor de spiritualiteit met zijn oproep om in de eerste plaats te luisteren.
In de oosterse traditie concentreren de kerkvaders en -moeders zich op het kijken
– “om de liefde van de HEER te aanschouwen, Hem te ontmoeten” (Psalm 27:4). Voorbij woorden en gedachten mag je in
verbinding komen met God.
De bekende
Nederlandse priester Henri Nouwen (1932-1996) schreef er een behulpzaam boekje
over, Bidden met iconen. Hij zegt het mooi: “Iconen worden geschilderd
om ons te leiden naar de gebedsruimte in ons, en om ons dicht bij Gods hart te
brengen”.
Wanneer je
bidt met een icoon, schep je bewust innerlijke ruimte voor God. Je richt je
aandacht op de beeltenis, intuïtief en met je hart, en laat je blik leiden door
de heilige Geest. Wat trekt je aandacht? Hoe zou God daarin aanwezig kunnen
zijn? Wat raakt het aan in je binnenste? Nouwen beschrijft het bidden met een
icoon als “afdalen met de geest in het hart en daar in Gods aanwezigheid
blijven staan”. Hij schrijft: “Waar het hart spreekt tot het hart – dat is waar
het hart van God zich verenigt met het hart dat bidt – is sprake van bidden.
God kennen is God beminnen, net als door God gekend worden betekent dat je door
God bemind wordt.”
Sacramenteel
Een icoon is een raar ding. De schildering is op het eerste
gezicht niet altijd even mooi of aantrekkelijk. De eeuwenoude beeldtaal is niet
erg toegankelijk voor wie gewend is aan de gelikte visuele prikkels van het
digitale tijdperk. Je moet er je best voor doen, tijd nemen. “Pas langzaamaan,
na een geduldig en bidden aanwezig zijn, gaan zij tot ons spreken,” schrijft
Nouwen. Een icoon is slow art, zowel in het vervaardigen als in het zien.
En tegelijk is de term ‘art’ niet helemaal gepast. Want dat
is het tweede dat raar is aan een icoon. Een icoon is niet zomaar een kunstwerk
of decoratie, maar liturgie. Een icoon is bedoeld om bidders binnen te leiden in
het mysterie van Gods zelfopenbaring – in de icoon openbaart God zichzelf en
mag je God ontmoeten. Iconen worden vaak “vensters op de eeuwigheid” genoemd”,
voorbij het tweedimensionale plaatje mag je glimpen opvangen van Gods
werkelijkheid. Maar eigenlijk gaat het volgens de oosterse spiritualiteit dus
nog een stapje verder: door de icoon krijgen we deel aan God, op een manier die
zich laat vergelijken met het brood en de wijn van de eucharistie. Je zou kunnen
zeggen dat iconen sacramenteel zijn: ze bemiddelen Gods aanwezigheid. Daarom
wordt een icoon ook gewijd: het materiële wordt geheiligd, toegewijd, om drager
te zijn van het heilige. Door Gods genade kan de icoon een plaats van mystieke
ontmoeting worden, of zoals gezegd wordt in de Keltisch-christelijke traditie: a
thin place, een plaats waar de sluier tussen hemel en aarde nog maar dun
is.
Hieronder schuilt een diepere theologie van incarnatie. Als
God verschijnt in menselijke gedaante, komt Hij om de hele schepping te
verzoenen door zijn dood aan het kruis (Kolossenzen 1:20). Oosters-orthodoxe
theologen zeggen: in Jezus Christus, die echt mens is en werkelijk God, wordt een
schepsel drager van het goddelijke – de “volheid van God” woont in hem (vers
19) en hiermee wordt de schepping geheiligd. Aan het einde der tijden zal die
heiliging volkomen zijn. In het
boek Openbaring lezen we dat God dan zelf in zijn schepping zal komen wonen
(Openbaring 21:1-5; 22:1-5). Gods aanwezigheid en liefde zal de hele schepping
doordrenken, heiligen en vervullen. Paulus schrijft: dan zal God “alles in
allen” zijn (1 Korintiërs 15:28).
Wat toont deze icoon?
Dit komt allemaal tot uitdrukking in de triniteitsicoon Scheppingsdans.De icoon laat de Drie-eenheid zien:
Vader, Zoon en Geest die zich in liefde en overgave aan elkaar
geven. Vanuit die liefde brengen Vader, Zoon en Geest de schepping voort. En
vanaf dit allereerste begin, zegt de oosterse traditie, is het Gods bedoeling
dat de schepping meebeweegt in de wil van de Schepper en haar vervulling vindt
in de liefde van God. De icoon laat die liefdesdans van God zien, te midden van
de schepping die mag meedansen. De Geest kijkt je aan en steekt haar hand
uitnodigend uit – kom, dans mee!
De
schepping
Ik kom zo
terug op de Drie-eenheid, maar laten we eerst eens kijken naar de schepping.
Linksboven
zien we allereerst het heelal en de hemellichamen, die ook schepselen van God
zijn (Genesis 1:14-19). We
zien het melkwegstelsel, ons eigen stukje van het universum, en onze eigen
maan. Maar we zien ook de Pleiaden en het sterrenstelsel Orion, die al genoemd
worden in het boek Job (Job 38:31). En we zien de verste ster die tot nu toe
door mensen is waargenomen, op een duizelingwekkende 28 miljard lichtjaar
afstand, Earendel (Oudengels voor de mythologische figuur Morgenster, naar wie
Tolkien de elf Eärendil vernoemde, in The Silmarillion). Rechts van het
heelal zien we dan ook de engelen, de hemelse wezens die God schiep.
Rechtsboven
zien we de atmosfeer van de aarde die het leven mogelijk maakt, de weidse lucht
met daarin talrijke vogels. Daarvan worden veel bij name genoemd in de Bijbel
(Genesis 1:20-23; Psalm 104; Job 38-41).
Daaronder zien
we de velden en de bossen (Genesis 1:11-13) en ook het hoogste gebergte op
aarde, het massief van de Mount Everest. We zien de landdieren, vee, kruipende
dieren en wilde dieren, elk in hun eigen habitat (Genesis 1:24-25; Psalm 104)
en onder hen misschien ook Behomoth (Job 40). Te midden van al die schepselen
zien we ook de mens, mannelijk en vrouwelijk naar Gods beeld (Genesis 1:26-27).
In het zoete
en het zoute water (rivier en zee) zien we “alle soorten levende wezens waarvan
het water wemelt en krioelt”, waaronder ook “de grote zeemonsters” (Genesis
1:20-21) en wellicht Leviathan (Job 41).
Midden door de
schepping stroomt een brede rivier, die verwijst naar de rivier die stroomt
vanuit de tempel (Gods aanwezigheid) en die volop leven brengt in de schepping.
Ezechiël beschrijft dit in zijn profetie over genezing en herstel voor de hele
schepping (Ezechiël 47:1-12) en ditzelfde beeld klinkt opnieuw in het boek
Openbaring, over de vervulling van de schepping (Openbaring 22:1-5). Ook Jezus
verwijst naar de profetie van Ezechiël, als Hij spreekt over de stromen van
levend water die uit ons binnenste zullen stromen, tot genezing en herstel van
de hele schepping (Johannes 7:37-39).
De Drie-ene
God
Te midden van
de schepping zien we in witgoud een eeuwenoud symbool voor de Drie-eenheid, de
triniteitsknoop of triquetra (afkomstig uit de Keltisch-christelijke
spiritualiteit, die nauw verwant is aan de oosters-orthodoxe spiritualiteit van
iconen). En tegen de achtergrond daarvan zien we Vader, Zoon en Geest in hun
dans van zichzelf-gevende liefde.
De linker figuur is de Vader. Het koninklijk blauw van zijn
onderkleed duidt op zijn majesteit, het rood van zijn overkleed, dat een gouden
glans heeft, duidt op zijn hemelse glorie. De Vader is in zijn beweging van
liefde gericht op de Zoon: “Jij bent mijn Zoon, in jou vind ik vreugde!”
(Marcus 1:11). De Vader lijkt haast op de Zoon af te snellen, zoals de vader
van de verloren zoon (Lucas 15:20). De armen van de Vader zijn wijd geopend en
verwelkomend: zijn linkerhand is hoog geheven en is verbonden met de Geest,
zijn linkerhand is uitgestrekt naar de schepping en maakt een zegenend gebaar.
De middelste figuur is de Zoon. Het purperrood van zijn
onderkleed wijst op zijn goddelijke natuur, het ultramarijn van zijn overkleed
op zijn menswording en daarmee op zijn verlossende werk op aarde. De Zoon kijkt
liefdevol op naar de Vader (denk aan Psalm 27: 4: “het enige wat ik verlang: de
liefde van de HEER te aanschouwen, Hem te ontmoeten”). De Zoon heeft zijn
rechterhand liefdevol om de schouders van de Vader gelegd, terwijl Hij tegelijk
innig verbonden is met de Geest. In de gouden aureool van de Zoon is een
kruisnimbus afgebeeld: de dubbele rode lijnen wijzen op zijn goddelijke en
menselijke natuur, en we vangen nog een glimp op van de Griekse letters O ω Ν, wat betekent: ‘Hij die Is, de
Zijnde’.
De rechter figuur is de heilige Geest, die leven geeft en
innig verbonden is met de Zoon. In de eerste eeuwen werd de heilige Geest vaak
voorgesteld als vrouwelijke figuur en als Moeder en deze icoon volgt hierin.[1]
Het onderkleed van de Geest is blauw en duidt net als bij de Vader op hemelse
majesteit. Haar overkleed is groen, wat wijst op de verbinding van de Geest met
de schepping en haar rol als bron van leven en vernieuwing. De witgouden glans
op haar overkleed wijst op haar heiligheid en haar heiligende werk. De Geest
kijkt je liefdevol aan en terwijl haar rechterhand verbonden is met de hand van
de Vader, steekt ze haar linkerhand uitnodigend naar je uit.
God schiep
alle mensen naar Gods beeld (Grieks: eikon, icoon; Latijn: imago Dei),
ongeacht etniciteit of geslacht. Deze icoon symboliseert dit door God te
verbeelden als Afrikaans, Joods en Aziatisch, als mannelijk en vrouwelijk.
Alles in allen
Op de
bovenrand van de icoon zie je een Griekse inscriptie: ἵνα ᾖ ὁ Θεὸς τὰ πάντα ἐν
πᾶσιν. Dat zijn de woorden van Paulus in 1 Korintiërs 15:28: “opdat God alles
in allen zal zijn”. Nu al leeft alles op de adem van God, zijn ruach (vgl.
Psalm 104:29-30). Van moment tot moment, zegt de katholieke theoloog
Elizabeth Johnson, is het de Geest die “levend maakt, aantrekt, aanspoort en
vooruitdanst”. Alles doorstroomt ze, alles bekrachtigt ze. De Ierse
priester Dermot A. Lane zegt het beeldend: de Geest “slaapt in stenen, droomt
in bloemen en danst in mensen”.
Het is ons verlangen, van zuster Beatrijs en mij, dat we als
geloofsgemeenschappen in Nederland steeds meer herontdekken hoe we mogen
meedansen met God en onze medeschepselen. We hopen dat deze triniteitsicoon daaraan
mag bijdragen.
Zie: Scheppingsdans.
Icoonwijding
Op vrijdag 11 september wordt de triniteitsicoon
Scheppingsdans gewijd door mgr. Gerard de Korte, bisschop van ’s-Hertogenbosch
en voorzitter van de Laudato Si' Alliantie Nederland. Dit gebeurt in een
bijzondere viering in Abdij Koningsoord, voorafgegaan door een minisymposium. Iedereen
is van harte welkom.
Aanmelden kan via Laudato Si'.
Informatie: Scheppingsdans.
Promotie en boek
De triniteitsicoon komt voort uit het promotieonderzoek van
Ronald Westerbeek, aan de Theologisch Universiteit Utrecht (TUU). De publieke
verdediging van zijn proefschrift vindt plaats op vrijdag 2 oktober in de
Janskerk te Utrecht, aanvang 15:00 uur. Iedereen is van harte welkom.
Aansluitend vindt de presentatie plaats van de publieksversie
van dit proefschrift, Dansen op toekomstmuziek. Verkenning van een hoopvolle
ecologische spiritualiteit (Utrecht: KokBoekencentrum, 2026).
[1] Anny
Matti, Onze Moeder God de Heilige Geest (Breda: Katholieke
Bijbelstichting, 1992); Jan Veenhof, De kracht die
hemel en aarde verbindt. De identiteit van de Geest van God als relatiestichter
(Zoetermeer: Boekencentrum, 2016), 65-68. Zie ook: Westerbeek, Dansen op
toekomstmuziek.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.