Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen

vrijdag 4 december 2015

Reisverhaal Burundi: Vannacht komen ze weer


Foto: Ronald Westerbeek, Kasulu 1995

In 1995 reisde ik als journalist langs de grens met Burundi naar Rwanda, waar de genocide op Tutsi's en gematigde Hutu's nog naschokte. Ook in Burundi laaide het etnische geweld op en mensen vluchtten de grens over. De wereld keek opnieuw de andere kant op.

Ik schreef een reisverhaal voor literair tijdschrift Liter. Twintig jaar later is dit verhaal opnieuw actueel. Het conflict in Burundi dreigt opnieuw te escaleren, waarschuwt de VN begin deze maand. Niemand lijkt erg geïnteresseerd.

‘Het is een geleidelijke holocaust. Elke nacht een ander dorp. Twintig doden, driehonderd. Het woekert onzichtbaar voort, als kanker.’

woensdag 6 mei 2015

Een Caribische reis met J.J. Slauerhoff

Curaçao, het Antillen-eiland in de Caribische Zee, ik ga het verlaten. Ik heb er twee maanden gewerkt bij een krant. Nu wil ik Zuid-Amerika in. Ik wil een wereld ontdekken die ik nog niet ken. Mensen ontmoeten die ik nog niet begrijp.
En misschien zoek ik nog wel meer. Maar dat durf ik nauwelijks hardop te zeggen. In mijn rugzak zitten boeken van Slauerhoff, en dat hoeft niemand te zien.

[Opgediept uit de oude floppydoos, een reisverhaal a.d.h.v. het werk van Slauerhoff, dat ik in 1991 schreef voor literair-cultureel tijdschrift Icarus]

J.J. Slauerhoff - Poète maudit tussen wal en schip

Wie zich verdiept in de Slauerhoff-biografieën, struikelt over ruzies en verbroken contacten. Hij was een moeilijk mens om mee te leven, nukkig en vaak zwartgallig. Voortdurend ontevreden - over het leven, maar vooral over zichzelf. Als hij een boek over Vasco da Gama recenseert, vraagt hij zich af: ‘Waarom vlucht een mens eigenlijk? Wel wetend dat er niet te vluchten valt, dat hij altijd even dicht bij zichzelf is?’

[Opgediept uit de oude floppydoos, een artikel dat ik schreef voor literair-cultureel tijdschrift Icarus, bij het verschijnen van Wim Hazeu's biografie van Slauerhoff, 1997]

maandag 9 maart 2015

Salman Rushdie bevecht de leegte met verbeelding

Wie herinnert zich het Boekenweekgeschenk van 2001? Een knappe roman van Salman Rushdie, Woede - over het kwaad in de wereld, dat in ons eigen hart blijkt te schuilen. Niet in persoonlijke schuld of zonde, zoals het christelijk geloof stelt, maar in het onvermogen om de eigen eindigheid en betekenisloosheid te aanvaarden. We hebben Grote Verhalen nodig om betekenis aan ons leven te geven, maakt Rushdie duidelijk - zolang we er maar niet echt in gaan geloven.

[Opgediept uit de oude floppydoos, een artikel dat ik schreef voor de cultuurbijlage van het Nederlands Dagblad, 9 maart 2001]

vrijdag 13 februari 2015

Honger, dorst en duizeling - in de voetsporen van A. den Doolaard en Jacques Balmat

Vlak voor de top van de Mont Blanc, 1992
A. den Doolaard schreef in 1936 zijn roman De grote verwildering, over de eerste beklimming van de Mont Blanc. Met dit prachtige boek in mijn rugzak liftte ik in 1992 met vriend en alpinist Teije Brandsma naar Chamonix om de hoogste berg van Europa te beklimmen. Den Doolaard: "Ik moest de weerbarstigheid van die bergwereld voelen schrijnen langs mijn eigen huid."

[Opgediept uit de oude floppydoos: een reisverhaal annex bespreking van Den Doolaards roman, destijds gepubliceerd in literair-cultureel tijdschrift Icarus.]

vrijdag 19 december 2014

"God is er voor de aarde". Een interview met Boeli van Leeuwen


"Het is een dor eiland waarop ik geboren ben, schraal als het lichaam van een opgroeiende jongen; weerbarstig van droogte en verschroeid door het licht," schreef Boeli van Leeuwen (1922-2007) ooit. En zo is het. Curaçao ligt als een fossiel in de blauwe Caraïbische Zee. Een eeuwige noordoostpassaat waait er dwars overheen en verzengt elke vorm van leven die te uitbundig dreigt te worden.

Opgediept uit de oude floppydoos: Een interview dat ik in 1996 had met Boeli van Leeuwen op Curacao, gepubliceerd in o.a. Icarus en cvkoers.

Zoekend naar de Vader. De genadeloze romans van Boeli van Leeuwen

De Curaçaose schrijver Boeli van Leeuwen groeide op in een niet-christelijk gezin. Maar toen hij romans begon te schrijven, bleken die tot zijn verbijstering maar om één ding te kunnen draaien: zijn relatie met God de Vader. Die is gerust moeizaam te noemen. 'Voor mij is Hij de rots der struikeling en de steen des aanstoots. Hij is (…) het grondprobleem in mijn leven, want door Zijn onbegrijpelijkheid is mijn leven vaak bitter geweest als gal.'

Opgediept uit de oude floppydoos: Een artikel dat ik in 1997 schreef over de romans van Boeli van Leeuwen, gepubliceerd in het Nederlands Dagblad.

vrijdag 21 november 2014

Salman Rushdie en het westers-seculiere onbegrip voor religie

Vijfentwintig jaar geleden kondigde ayatollah Khomeini een fatwa af over de Brits-Indiase schrijver Salman Rushdie. In de kwart eeuw die volgde, is de verhouding tussen Westen en islam niet bepaald verbeterd. Voor alle duidelijkheid: ik bepleit geen begrip voor islamisme. Maar de hype rond Rushdie legde een fundamenteel westers-seculier onbegrip voor religie bloot, dat onverminderd lijkt.

Opgediept uit de oude floppydoos: Een artikel dat ik schreef bij het verschijnen van Rushdie's De grond onder haar voeten (1999), voor de cultuurbijlage van het Nederlands Dagblad.

dinsdag 4 november 2014

Joseph Conrad: Onder de oppervlakte van een rimpelloos mensbeeld

Opgediept uit de oude floppydoos: Een artikel over Joseph Conrads verpletterende roman Lord Jim, dat ik in 1998 schreef voor Icarus (en in 2000 werd herplaatst in cvkoers). Aan actualiteit heeft het niets ingeboet.

Precies honderd jaar geleden schreef Joseph Conrad zijn roman Lord Jim (1900), over een man die tijdens een scheepsramp een immorele keuze maakte. Het boek zou profetisch blijken voor de twintigste eeuw. Twaalf jaar later liep de Titanic op een ijsberg. Niet alleen door het schip trok een siddering, maar ook door het optimistische vooruitgangsdenken van die tijd. Een eeuw van wereldoorlogen, genociden en barbarijen volgde. God werd na de holocaust gediskwalificeerd, maar omtrent onszelf lijken we nog niet veel wijzer. Conrad stelt verontrustende vragen naar wie een mens is als hij weet dat zijn laatste uur geslagen heeft.